Op weg naar brede waardering van infrastructuur

Verslag van de themamiddag Waarde van Infrastructuur

We meten alles, behalve waar we gelukkig van worden”. Met deze wijsheid van John F. Kennedy opende Koen Eising de themamiddag over waardering van infrastructuur. Infrabeheerders kunnen erover meepraten, er wordt wat afgemeten in de infrasector. Maar wat is de nu de werkelijke impact van onze infra? Welke bijdrage levert infrabeheer aan kennisontwikkeling, aan gezondheid en welzijn, aan de inclusieve samenleving, aan de gezondheid van onze planeet? Traditioneel is bijdragen aan economische groei de belangrijkste afweging voor besluitvorming over infrastructuur. Maar voor hoe lang nog? Steeds meer realiseren we ons dat er grenzen zijn aan de groei. Het brede welvaartsdenken, dat veel verder gaat dan economische groei, ontwikkelt zich snel. Ook infrabeheerders gaan die slag vroeg of laat maken. Wat NGinfra betreft liever vroeg.   

Vier dimensies

“We moeten inzichtelijk maken dat je infrabeheerders ook op andere waarden moet waarderen dan alleen financiële en economische”, stelt Koen Eising, trekker van het themacenter Waarde van Infrastructuur. “Een instrument daartoe is de maatschappelijke jaarrekening. Hoe mooi zou het zijn als we die ontwikkelen voor de infrasector.” Een maatschappelijke jaarrekening gaat over meer dan financieel kapitaal. Ook natuurlijk, sociaal, menselijk en intellectueel kapitaal worden meegenomen. Wijnand Veeneman, wetenschappelijk directeur van NGinfra, onderscheidt vier dimensies waarop we de waarde van infra nu bepalen: op sectorniveau, op organisatieniveau, bij projecten en bij inkoop. Zo scoort de Nederlandse infrasector als geheel hoog in internationale rankings; organisaties worden gewaardeerd om het behalen van kpi’s; voor projecten worden kosten-batenanalyes gemaakt en de afdeling inkoop baseert zijn keuzes op aanbestedingen. Maar die waardebepalingen zeggen niets over de impact van onze infra op bijvoorbeeld de sustainable development goals. Veeneman schetst vervolgens vier stappen om waardebepaling te verbreden. De eerste is ‘vaststellen’. Kort en bondig: afspreken wat je meet en delen wat je weet. De tweede stap is ‘uniformeren’. In deze stap spreek je af hoe je gemeten waarden uitdrukt. In geld of in een percentage CO2. Iets kwantitatiefs in ieder geval. Vervolgens kun je naar stap drie: ‘standaardiseren’. Als je allemaal op dezelfde manier waarde uitdrukt, kun je ook onderling vergelijken. Om tenslotte te komen tot ‘institutionaliseren’, waarbij je vastlegt dat je allemaal meet volgens dezelfde standaard.

Besluitvorming op basis van impactmeting komt steeds meer tot ontwikkeling. Jeroen Scheepmaker van consultantsbureau Navigant ondersteunt organisaties en bedrijven aan de slag willen met hun CO2 impact. “Allereerst brengen we activiteiten in kaart en stellen we emissiefactoren vast. Als dat overzicht gemaakt is, gaan we de impacts interpreteren. Door er bijvoorbeeld een geldbedrag aan te hangen of door ze te relateren aan de sustainable development goals en de ‘planetary boundaries (grenzen aan onder meer opwarming, drinkwater, biodiversiteit, landgebruik en oceaanverzuring). Vervolgens kies je welke impact je wilt reduceren en in welke mate je dat gaat doen. Voor CO2 impact past Navigant Science Based Targets toe, dat op basis van wetenschappelijke studies de reducties voor sectoren laat zien. Voor elk type bedrijf is een CO2 budget te berekenen.  “We staan nog maar aan het begin”, aldus Scheepmaker. “We ervaren dat, als we acteren op de ene impact, we een negatief effect scoren op een andere impact. Wachten tot we alles weten, kan niet. We moeten nu aan de slag.”

Aan de slag

De oproep van Jeroen Scheepmaker om aan de slag te gaan, krijgt direct gevolg in het workshop gedeelte. In drie groepen bespreken de deelnemers hoe zij het brede waardedenken kunnen vormgeven op verschillende niveaus. Samen meten, samen richten en samen sturen, is het adagium van het themacenter Waarde van Infrastructuur. Op organisatieniveau is er snel een basis van uniforme definities nodig om een goede waardebepaling te kunnen doen. Het themacenter wil daarom snel een 0-meting starten bij alle partners. Richten gaat over onze gezamenlijke opgave voor de nationale economie, klimaatdoelen en ook randvoorwaarden als sociale cohesie. Tot slot zal dit hopelijk leiden tot nieuwe sturingsbeslissingen op basis van impact.
Op programma/projectniveau is uniformering lastig, stelt André Wooning namens de deelnemers in deze subgroep. Waardering kan per sector enorm verschillen, bijvoorbeeld als gevolg van politieke prioriteiten. Het gaat niet alleen om de  getallen, maar ook om het verhaal erachter. Waardes die op het oog sterk uiteenlopen kunnen toch goed verklaarbaar zijn. Zo wordt een mensenleven in de transportsector gewaardeerd met een bedrag van ongeveer 2,7 miljoen per slachtoffer. In de waterveiligheid is dat ongeveer 6,9 miljoen en ter voorkoming van een terrorismedode zijn we bereid zo’n 157 miljoen uit te geven. We accepteren een groter risico op overlijden in het verkeer, omdat we het gevoel hebben dat we daar zelf invloed op hebben. We zitten immers zelf achter het stuur. Bij een watersnoodramp wordt dat al een ander verhaal en bij terrorisme komt bovendien een sterke politieke component om de hoek. Een prijskaartje hangen aan de impacts die de samenleving van belang acht, is nog niet zo eenvoudig. Voor CO2 zijn we aardig op weg, maar voor aspecten als rechtvaardigheid en ‘het ecosysteem’ zijn we er nog lang niet.
Op inkoopniveau zit de grootste spanning ‘m in het richten van een gezamenlijke opgave. Kosten worden gemaakt in het hier en nu en worden direct gevoeld. De gemiddelde afdeling Inkoop is kostengericht. Er zijn diverse mogelijkheden om ook bij het inkoopproces maatschappelijke impact mee te wegen, maar een gemeenschappelijk beeld van hoe dat te doen, is er nog niet. Wat zou kunnen helpen, is met alle opdrachtgevers gezamenlijke baselines (minimumniveaus) vast te stellen en toe te passen.

Deze themamiddag werd gehouden op 5 september 2019.

De volgende NGinfra themamiddag is op 3 december en gaat over NEXT INFRA

Op weg naar brede waardering van infrastructuur