Hoera, we hebben de EMA!

Een sterk vestigingsklimaat begint bij infra

‘Amsterdam scoort geweldig waar het gaat om het nieuwe gebouw, de bereikbaarheid en alles wat de stad te bieden heeft voor de medewerkers van EMA’, verklaarde Wouter Bos zelf na zijn triomf, de andere kandidaatstad Milaan in verbijstering achterlatend. ‘De overwinning in de slag om de EMA is een geweldige boost voor ons land,’ zegt René Buck, directeur Buck Consultants International en internationale locatiekeuze-expert, ‘maar het is ook door het lot beslist. Het was een soort finale waarbij de beslissing pas viel tijdens de penalty’s, omdat in de reguliere speeltijd en verlenging de strijd met Milaan onbeslist was.Niet verwonderlijk wordt de winst vooral toegeschreven aan de succesvolle lobby. In het gelikte promotiefilmpje wordt Nederland verkocht als de internationale hub met goede spoorverbindingen en Schiphol als de belangrijke troef. Daarnaast is Nederland bereid flink te investeren in een pand op de Zuidas (ter waarde van 250 miljoen euro – overigens tegen reguliere marktprijzen te huren door EMA) en nog eens 10 miljoen euro voor de organisatie. Ook geen slechte voorwaarde.

Meer hotels, meer woningen
Hoe dan ook, het levert de regio Amsterdam aanzien en economisch voordeel op. Negenhonderd ambtenaren komen met hun gezin naar Amsterdam en bezoekers boeken dertigduizend hotelovernachtingen per jaar. Niet lang daarna, volgde ook de weerstand. Waar gaan de negenhonderd ambtenaren met hun gezinnen wonen? 'Huizenkopers betalen de prijs voor medicijnagentschap in Amsterdam', kopte de NOS. De Amsterdamse woningmarkt barst uit haar voegen en deze arbeidsmigranten zullen de druk alleen nog maar verder opvoeren. ‘Het zal een licht prijsopdrijvend effect hebben, maar deze negenhonderd ambtenaren zullen niet de schaarse woningen in het lagere en middensegment opkopen’, stelt Buck. ‘Er moeten wel meer hotels komen in de buurt van de Zuidas, maar dat is een aantrekkelijke economische stimulans.’

Schiphol
Zorgwekkender op de lange termijn is het gebrek aan kantoren en de negatieve berichtgeving rondom Schiphol. De uitbreidingsplannen staan onder druk, er wordt geklaagd over geluidsoverlast en de rooskleurige milieucijfers blijken iets minder rooskleurig te zijn. ‘Op de lange termijn is het wel een gevaar als de groei van Schiphol wordt ingeperkt’, erkent Buck. ‘Schiphol is eigenlijk van on-Nederlandse omvang en kwaliteitsniveau als je kijkt naar het aantal inwoners en onze economie. Die internationale hubfunctie is heel belangrijk voor internationale bedrijven. Maar in de discussie over de toekomst zal een balans moeten worden gevonden met de omgeving. Wat er tot nu toe is bereikt, is geweldig, maar je moet het integrale beeld in ogenschouw houden. Een aantrekkelijk vestigingsklimaat is meer dan een succesvolle luchthaven.’ En of we zo die aandacht op de Mainport moeten houden, valt ook nog te betwijfelen. Althans, als we de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur mogen geloven. In het rapport ‘Mainports voorbij’ uit 2016 wordt kritiek geleverd op de eenzijdige focus van de nationale overheid op de haven van Rotterdam en Schiphol. Zet vooral in op groei vanuit regio’s als Brainport en FoodValley. Die beleidswijziging is ook te zien bij het kabinet dat 900 miljoen euro uittrekt voor deals met regio’s, een aantrekkelijke pot die de regio’s laat dromen. Deals die Holland in de vaart der volkeren omhoog moeten stuwen en het vestigingsklimaat in zijn algemeenheid moeten verhogen.

Kantorencrisis
Toch vestigen buitenlandse bedrijven zich juist wel in de vier grote steden en doemt er een nieuwe zwakte op, een gebrek aan goede kantoren. EMA bouwt er zelf eentje aan de Zuidas, maar de veelgeprezen transformatiewoede in Amsterdam lijkt in deze tijden van economische hoogtij weer te ver doorgeslagen. ‘Het aantal kantoren van goede kwaliteit, waar die buitenlandse bedrijven op mikken, is op dit moment te laag. We hebben de laagste leegstand in tijden’, liet Dynamis weten naar aanleiding van zijn rapport Sprekende Cijfers Kantorenmarkten 2018. ‘In de gebieden waar de kwalitatieve vraag groter is dan het aanbod, de vier grote steden, ligt de uitdaging voor de komende jaren in het realiseren van voldoende hoogwaardig aanbod om in de vraag naar kwalitatieve kantoorruimte te kunnen voorzien. Amsterdam roept niet voor niets tenders voor kantoren in het leven. Er moet iets gebeuren, want ze lopen bedrijven mis.’

Vierde Monitor Vestigingsklimaat
Bedrijven die vooral naar binnengehaald moeten worden door de The Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA). Die publiceerde in december 2017 de vierde Monitor Vestigingsklimaat waarin Nederland wordt vergeleken met onze zeven grootste concurrenten op internationaal toneel (Zwitserland, Duitsland, Ierland, VK, Frankrijk, België en Luxemburg). Uit de monitor blijkt dat belastingdruk en arbeid onze voornaamste zwaktes zijn. Dus, dat ons fiscale stelsel niet aantrekkelijk is voor buitenlandse bedrijven en we misschien wel goed kunnen lullen, maar niet genoeg ingenieurs en ander bèta-talent in huis hebben. Laten dat nou nét de twee locatiefactoren zijn die buitenlandse bedrijven het meest waarderen als ze hun vestigingslocatie beoordelen, concludeerde dezelfde NFIA in een enquête uit 2016. De NFIA wilde zelf nog niet reageren op deze bevindingen, maar René Buck wel. Hij is kritisch op het rapport. ‘Het is een jaarlijkse monitor, maar ik vind dat ze zand in de ogen strooien door uit te gaan van nationale gemiddelden. Het vestigingsklimaat in Leipzig is bijvoorbeeld heel anders dan in Düsseldorf. De grondprijzen in Groningen zijn zo verschillend met de Randstad, dat je niet kunt spreken van landelijke gemiddelden. De strijd om buitenlandse bedrijven wordt gevoerd tussen regio’s. En binnen die strijd gaat het ook weer om economische clusters. Qua logistiek is Nederland een Europese topregio, maar voor grote productiefabrieken zijn we weer minder interessant. Ik snap dat de NFIA, als landelijke organisatie, zo’n rapport met alleen nationale cijfers uitbrengt, maar het is lastig om zo de daadwerkelijke verschillen met andere West-Europese landen te meten.’
Harry Garretsen, hoogleraar Economie aan de Rijksuniversiteit Groningen ziet het minder aantrekkelijke fiscale klimaat niet als een probleem. ‘Vestigingsklimaat is veel meer dan fiscale voordeeltjes. Goede infrastructuur, een goed woonklimaat, veiligheid voor je werknemers, dat scoort vaak hoger in onderzoeken. Dat zijn juist ook factoren die met publiek geld worden gefinancierd en waar de belasting van de bedrijven heengaat. Je ziet dat landen als Ierland en Bulgarije minder goed scoren op andere factoren en zich onderscheiden met aantrekkelijke belastingtarieven. Het zijn knoppen waar je aan kunt draaien, maar voor Nederland loont het niet om daar al te veel in te snijden. Zolang we in de pas lopen met landen als Duitsland, Zweden en Denemarken moeten we daar geen gekke dingen mee doen.’

Infrastructuur
Meer focus op infrastructuur dus. Nederland is op infrastructureel gebied echter al sterk. De kwaliteit van de infrastructuur wordt in Nederland het beste beoordeeld in het onderzoek van de NFIA, maar onderzoekers waarschuwen ook voor de opkomende concurrentie en de dichtslibbende Randstad. Een conclusie die John Voppen, directeur Operatie ProRail, onderschrijft. ‘Nederland heeft het voordeel van de kleine afstanden en het spoor speelt daar een belangrijke rol in. Als je ziet dat bijna de helft van de forensen met de trein naar de grote steden komt, dan moet je dus blijven investeren in goed openbaar vervoer. Mobiliteit, dus ook bussen, ov-fietsen en eventuele lightrailverbindingen, is essentieel.’
Nu al ziet de mobiliteitsspecialist een grote uitdaging om de stijging in gebruik te kunnen blijven faciliteren. ‘In de Randstad moeten we investeren in korte ritten en uitgaan van de netwerkbenadering, dus niet alleen investeren in punten, maar ook verder kijken. Wanneer je Schiphol aanpakt, heeft dat gevolgen voor het reisgedrag op Amsterdam-Zuid. De uitdaging ligt daarbij niet alleen bij de harde infrastructuur, maar ook bij de sociale wetenschappen. Hoe vorm je sterke coalities en hoe beïnvloed je reisgedrag op een positieve manier?’ Naast het personenvervoer ziet Voppen ook grote kansen binnen de logistiek. ‘Spoorvervoer is relatief klein, maar aan de goederenkant hebben we prachtige infrastructuur met de Betuwelijn. Dat maakt het aantrekkelijk om langs die spoorlijn bedrijven te vestigen, vooral in een tijd waarin duurzaamheid steeds belangrijker wordt en vervoer met trein weinig CO2-uitstoot heeft.’

Personeel
Tot slot, arbeid. Nederland scoort volgens het NFIA-rapport niet bijster goed op de beschikbaarheid van personeel. ‘In allerlei sectoren is het lastig om goed personeel te vinden. Dat het in landen om ons heen veel beter is betwijfel ik’, zegt locatie-expert René Buck. ‘Overal zie je de strijd om talent. Nederlanders spreken goed Engels, maar buitenlandse ondernemingen hikken wel aan tegen het ontslagrecht. Dat is van invloed, maar in de analyses van de NFIA speelt het een te grote rol omdat het even zwaar wordt meegeteld als beschikbaarheid van personeel. Bedrijven hechten bij vergelijking van regio’s en steden in Europa natuurlijk meer waarde aan beschikbaarheid van personeel dan aan ontslagrecht.’ Neemt niet weg dat onderwijs een belangrijk aandachtspunt moet blijven voor een goed vestigingsklimaat. Garretsen: ‘Eindhoven heeft het heel lastig om goed personeel te binden. Het krijgt van het nieuwe kabinet wel aanzienlijk meer geld voor culturele voorzieningen, maar legt het natuurlijk grandioos af tegen investeringen in leefklimaat in de Randstad.’ ‘Ook hierin spelen de infrastructurele verbindingen een belangrijke rol’, stelt Voppen. ‘In 2018 rijdt elke 10 minuten een trein van Amsterdam naar Eindhoven en wordt eventuele reistijd naar de Brainport-regio beperkt.’
Al met al staat het Nederlandse vestigingsklimaat er goed voor. De infrastructuur is van hoog niveau, er is volop belangstelling voor Nederland en de zogenaamd zwakkere schakels als fiscaliteit en arbeid blijken bij nadere bestudering niet zo problematisch. De luchthaven is zeker niet de enige troef en tal van cruciale infrastructuren zorgen ervoor dat Nederland aantrekkelijk blijft. Zo blijkt uit het World Happiness Report van de VN dat Nederlanders na Noren, Denen, IJslanders en Zwitsers het gelukkigste volk ter wereld zijn, ook een mooie reden om je bedrijf in Nederland te vestigen.